Socialezekerheidsrecht
Nabestaandenuitkering terecht geweigerd. Echtgenoot was op de dag van zijn overlijden niet in Nederland…
ECLI:NL:CRVB:2020:3123 · Centrale Raad van Beroep · 10 december 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2020-3123
Zaakgegevens
Op 10 december 2020 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 december 2020
- Datum publicatie
- 10 december 2020
- Zaaknummer
- 19/1389 ANW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2020:3123
Samenvatting
Nabestaandenuitkering terecht geweigerd. Echtgenoot was op de dag van zijn overlijden niet in Nederland woonachtig of werkzaam en dus niet verzekerd voor de ANW.
Uitspraak
Inhoudsopgave
19 1389 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 februari 2019, 18/3993 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats], Turkije (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 10 december 2020
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld bij de rechtbank Amsterdam. De rechtbank heeft dit beroepschrift doorgezonden naar de Raad.
De Svb heeft een verweerschrift ingezonden.
Appellante heeft zich nog enige malen schriftelijk tot de Raad gewend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2020. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Marijnissen, die via videobellen heeft deelgenomen.
OVERWEGINGEN
1. Appellante was gehuwd met [X], die [in] 2017 in Turkije is overleden. Op 11 mei 2017 heeft appellante de Svb verzocht haar een uitkering toe te kennen. In een besluit van 19 oktober 2017 heeft de Svb geweigerd appellante in aanmerking te brengen voor een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW), omdat haar echtgenoot op de datum van overlijden niet verzekerd was voor deze wet. Hij woonde in Turkije en was niet werkzaam in Nederland. Evenmin was hij voor een nabestaandenuitkering verzekerd in Turkije, zodat appellante ook niet voor een uitkering in aanmerking komt op grond van de afspraken tussen Nederland en Turkije op dit terrein. Met een beslissing van 12 april 2018 (bestreden besluit) is het bezwaar hiertegen ongegrond verklaard.
2. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de Svb terecht heeft vastgesteld dat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was voor de ANW, ten tijde van zijn overlijden. Uit gegevens ontvangen van SGK (het Turkse verbindingsorgaan) is gebleken dat hij evenmin in Turkije verzekerd was. Nu haar echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW, kan appellante niet aangemerkt worden als nabestaande in de zin van die wet. De door haar genoemde omstandigheden doen hier niet aan af.
3. In hoger beroep heeft appellante herhaald dat haar echtgenoot ziek was en in de gevangenis zat, dat zijzelf gezondheidsproblemen heeft en dat zij recht heeft op een nabestaandenuitkering.
4. De Raad overweegt als volgt.
De rechtbank heeft terecht en op de juiste gronden vastgesteld dat appellante niet voldoet aan de voorwaarden om voor een nabestaandenuitkering in aanmerking te komen. Haar echtgenoot was immers op de dag van zijn overlijden niet in Nederland woonachtig of werkzaam en dus niet verzekerd voor de ANW. Uit de door SGK ingezonden stukken blijkt dat hij evenmin verzekerd was in Turkije. Hieruit volgt dat appellante geen nabestaande is in de zin van de ANW en op die grond niet voor een nabestaandenuitkering in aanmerking kan komen. De vraag of appellante voldoet aan de overige voorwaarden om voor een nabestaandenuitkering in aanmerking te komen, behoeft geen beantwoording meer.
Uit 4.1 volgt dat de aangevallen uitspraak bevestigd zal worden.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door A. van Gijzen, in tegenwoordigheid van R. van Doorn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 december 2020.
(getekend) A. van Gijzen
(getekend) R. van Doorn