Socialezekerheidsrecht

Kostenveroordeling. Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het college met de gewijzigde…

Centrale Raad van Beroep, 6 juli 2021

Zaakgegevens

Op 6 juli 2021 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
6 juli 2021
Datum publicatie
9 juli 2021
Zaaknummer
20/46 PW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2021:1658
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Kostenveroordeling. Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het college met de gewijzigde beslissing op bezwaar volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. De Raad ziet aanleiding het college te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

Uitspraak

Datum uitspraak: 6 juli 2021

20/46 PW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van

25 november 2019, 19/113

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.I.T. Sopacua, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft op 21 oktober 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Bij e-mailbericht van 21 december 2020 heeft mr. Sopacua namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.

Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het college met de gewijzigde beslissing op bezwaar volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.

De Raad ziet aanleiding het college te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.068,- in bezwaar, € 1.068,- in beroep en € 534,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het college wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.670,-.

Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2021.

(getekend) E.C.R. Schut

(getekend) K.R. van Renswoude