Socialezekerheidsrecht

Weigering terug te komen van een eerder besluit. Geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.

Centrale Raad van Beroep, 24 juni 2021

Zaakgegevens

Op 24 juni 2021 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24 juni 2021
Datum publicatie
27 juli 2021
Zaaknummer
20/30 WAJONG-PV
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2021:1815
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Weigering terug te komen van een eerder besluit. Geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.

Uitspraak

20 30 WAJONG-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 20 december 2019, 19/650 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 24 juni 2021

Zitting heeft: S.B. Smit-Colenbrander, als lid van de enkelvoudige kamer

Griffier: A.L.K. Dagmar

Het onderzoek ter zitting heeft, door middel van videobellen, plaatsgevonden op

24 juni 2021. Namens appellant is verschenen mr. M. Gümüs, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door H. ten Brinke.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 28 februari 2019 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv haar beslissing gehandhaafd dat zij heeft geweigerd om terug te komen van de besluiten van

5 maart 2014 en 14 december 2015.

De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Appellant heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde weerlegging van de betrokken gronden in de aangevallen uitspraak onjuist dan wel onvolledig is. Het oordeel van de rechtbank en de aan dat oordeel ten grondslag gelegde overwegingen worden geheel onderschreven. Met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat appellant aan zijn verzoek geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht ten grondslag heeft gelegd. In wat appellant heeft aangevoerd wordt ook geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit evident onredelijk is. Het hoger beroep slaagt niet.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) A.L.K. Dagmar (getekend) S.B. Smit-Colenbrander