Socialezekerheidsrecht
Niet-ontvankelijk beroep. Beroep uitblijven beslissing op bezwaar. Bijstand voortgezet na opschorting. Omdat…
Centrale Raad van Beroep, 27 juli 2021
ECLI:NL:CRVB:2021:1951 · Centrale Raad van Beroep · 27 juli 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2021-1951
Zaakgegevens
Op 27 juli 2021 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 juli 2021
- Datum publicatie
- 6 augustus 2021
- Zaaknummer
- 20/463 PW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2021:1951
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Niet-ontvankelijk beroep. Beroep uitblijven beslissing op bezwaar. Bijstand voortgezet na opschorting. Omdat de beslistermijn van het bezwaar nog niet was verstreken, heeft de rechtbank het beroep tegen het uitblijven van een beslissing terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Uitspraak
20 463 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 17 december 2019, 18/5355 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar (college)
Datum uitspraak: 27 juli 2021
Zitting heeft: J.N.A. Bootsma als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: Y. Al-Qaq
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 juli 2021. Appellante is verschenen. Het college heeft zich door middel van videobellen laten vertegenwoordigen door mr. S.S. Kindt-Jiawan
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Dit betekent dat de rechtbank het beroep dat appellante op 8 december 2018 heeft ingesteld terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar en is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij besluit van 16 november 2018 heeft het college de bijstand van appellante opgeschort vanaf 14 november 2018, omdat zij de bij besluit van 14 augustus 2018 gevraagde gegevens over een nalatenschap niet had overgelegd.
Na het bezwaar van appellante van 17 november 2018 tegen het besluit van 16 november 2018, heeft het college bij besluit van 23 november 2018 de bijstand vanaf 14 november 2018 ongewijzigd voortgezet.
Het beroep van appellante van 8 december 2018 was gericht tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaar van 17 november 2018. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de beslistermijn op 8 december 2018 nog niet was verstreken, zodat het beroep niet-ontvankelijk is.
Voor de volledigheid meldt de Raad hier nog dat het college het bezwaar van 17 november 2018 bij besluit van 4 januari 2019 niet-ontvankelijk heeft verklaard. Omdat de opschorting al ongedaan was gemaakt, was er namelijk geen procesbelang meer bij een beslissing op het bezwaarschrift. Het besluit van 4 januari 2019 is geen onderdeel van deze procedure zodat hierover geen uitspraak wordt gedaan.
Het hoger beroep slaagt niet. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) Y. Al-Qaq (getekend) J.N.A. Bootsma