Socialezekerheidsrecht
Bij brief van 30 maart 2017 heeft mr. E. Wolter de Raad namens appellante meegedeeld dat hij de verdere…
Centrale Raad van Beroep, 19 augustus 2021
ECLI:NL:CRVB:2021:2079 · Centrale Raad van Beroep · 19 augustus 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2021-2079
Zaakgegevens
Op 19 augustus 2021 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 augustus 2021
- Datum publicatie
- 19 augustus 2021
- Zaaknummer
- 17/310 ZW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2021:2079
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bij brief van 30 maart 2017 heeft mr. E. Wolter de Raad namens appellante meegedeeld dat hij de verdere behandeling van deze hoger beroepszaak overneemt. Bij deze brief heeft hij ook de aanvullende gronden van het hoger beroep ingediend. Deze wijziging is bij de griffie echter niet op juiste wijze administratief verwerkt, als gevolg waarvan de uitnodiging voor de zitting van 17 oktober 2018 en de uitspraak van 28 november 2018 niet aan mr. Wolter zijn geadresseerd, maar aan de heer Nohar. Hieruit volgt dat de uitspraak van 28 november 2018 vervallen dient te worden verklaard. Na de vervallenverklaring van de uitspraak van 28 november 2018 zal de zaak door een andere kamer van de Raad opnieuw worden behandeld.
Uitspraak
17/310 ZW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak tot vervallenverklaring van de uitspraak van de Raad van 28 november 2018, 17/310 ZW
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 19 augustus 2021
PROCESVERLOOP
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen een door de rechtbank Amsterdam op 25 november 2016 tussen partijen gegeven uitspraak, 16/3879 (aangevallen uitspraak)
Bij uitspraak van 28 november 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:3833) heeft de Raad de aangevallen uitspraak bevestigd.
Bij brief van 1 april 2021 heeft appellante de Raad ervan in kennis gesteld dat zij niet is uitgenodigd voor de zitting op 17 oktober 2018 en dat zij de uitspraak van 28 november 2018 niet heeft ontvangen.
De Raad heeft partijen bij brieven van 26 april 2021 en 10 juni 2021 in de gelegenheid gesteld om te reageren op de mogelijkheid om de uitspraak van 28 november 2018 vervallen te verklaren.
Partijen hebben op deze brieven gereageerd.
OVERWEGINGEN
Gebleken is dat W.E.A. Nohar van Administratie- en Advieskantoor Ranu namens appellante op 6 januari 2017 een hoger beroepschrift heeft ingediend tegen de aangevallen uitspraak. Bij brief van 30 maart 2017 heeft mr. E. Wolter de Raad namens appellante meegedeeld dat hij de verdere behandeling van deze hoger beroepszaak overneemt. Bij deze brief heeft hij ook de aanvullende gronden van het hoger beroep ingediend.
Deze wijziging is bij de griffie echter niet op juiste wijze administratief verwerkt, als gevolg waarvan de uitnodiging voor de zitting van 17 oktober 2018 en de uitspraak van 28 november 2018 niet aan mr. Wolter zijn geadresseerd, maar aan de heer Nohar.
Hieruit volgt dat de uitspraak van 28 november 2018 vervallen dient te worden verklaard.
Na de vervallenverklaring van de uitspraak van 28 november 2018 zal de zaak door een andere kamer van de Raad opnieuw worden behandeld.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart zijn uitspraak van 28 november 2018, 17/310 ZW, vervallen.
Deze uitspraak is gedaan door R.E. Bakker, in tegenwoordigheid van H. Spaargaren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2021.
(getekend) R.E. Bakker
(getekend) H. Spaargaren