Socialezekerheidsrecht

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Appellant is overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als…

Zaakgegevens

Op 15 september 2021 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15 september 2021
Datum publicatie
15 september 2021
Zaaknummer
19/366 WLZ
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2021:2302
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Appellant is overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en het geding zouden willen voortzetten. Het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2018

    ECLI:NL:RBZWB:2018:6788
  2. Centrale Raad van Beroep · 15 september 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:CRVB:2021:2302

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

Inhoudsopgave

19 366 WLZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 28 november 2018, 18/2730 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

wijlen [appellant] , in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant)

CZ Zorgkantoor B.V. (zorgkantoor)

Datum uitspraak: 15 september 2021

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. B. Vermeirssen, advocaat, hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend.

Het zorgkantoor heeft een verweerschrift ingediend.

Mr. Vermeirssen heeft de Raad bericht dat appellant is overleden en dat er volgens zijn informatie geen erfgenamen zijn, althans dat alle erfgenamen de (negatieve) nalatenschap hebben verworpen. Vervolgens heeft mr. Vermeirssen zich onttrokken als gemachtigde.

De Raad heeft, gelet op het bepaalde in artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in de Staatscourant van 9 juni 2021 aangekondigd dat het onderzoek ter zitting zal plaatsvinden op 4 augustus 2021.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 4 augustus 2021. Van de zijde van de erfgenamen is niemand verschenen. Het zorgkantoor heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

1. Appellant is overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en het geding zouden willen voortzetten. Ook na de aankondiging in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen. Uit het voorgaande volgt dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen. Het hoger beroep van appellant zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.

2. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door D.S. de Vries, in tegenwoordigheid van E.M. Welling als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 september 2021.

(getekend) D.S. de Vries

De griffier is verhinderd te ondertekenen.