Socialezekerheidsrecht
Gelet op het feit dat het Uwv zijn standpunt in deze zaak niet langer handhaaft, oordeelt de Raad dat het…
Centrale Raad van Beroep, 27 januari 2021
ECLI:NL:CRVB:2021:279 · Centrale Raad van Beroep · 27 januari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2021-279
Zaakgegevens
Op 27 januari 2021 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 januari 2021
- Datum publicatie
- 11 februari 2021
- Zaaknummer
- 19/1044 ZW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2021:279
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gelet op het feit dat het Uwv zijn standpunt in deze zaak niet langer handhaaft, oordeelt de Raad dat het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd, het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd. Aanleiding bestaat om het Uwv te veroordelen in de kosten van appellante voor de aan haar beroepsmatig verleende rechtsbijstand in bezwaar, beroep en hoger beroep.
Procesgang
Uitspraak · 2019
ECLI:NL:RBROT:2019:495Centrale Raad van Beroep · 27 januari 2021deze uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2021:279
(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Uitspraak
19 1044 ZW-PV
Datum uitspraak: 27 januari 2021
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 24 januari 2019, 18/4475 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Het onderzoek ter zitting in de zaken 19/1043 en 19/1044 heeft op 27 januari 2021 gevoegd plaatsgevonden, waarna in deze zaken afzonderlijk uitspraak wordt gedaan.
Zitting hebben: E.J.J.M. Weyers als voorzitter en J.T..H.H. Zimmerman en F.M. Rijnbeek als leden.
Griffier: M. Graveland
Ter zitting is verschenen: mr. C. Roele namens het Uwv.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
-
vernietigt de aangevallen uitspraak;
-
verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 17 juli 2018;
-
herroept het besluit van 5 december 2017, waarbij de ZW-uitkering over de periode van 1 september 2017 tot en met 31 oktober 2017 is ingetrokken en teruggevorderd;
-
herroept het besluit van 5 december 2017, waarbij de toeslag over de periode van 1 september 2017 tot en met 31 oktober 2017 is ingetrokken en teruggevorderd;
-
bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 17 juli 2018;
-
veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.670,-;
-
bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van € 174,- vergoedt.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Bij afzonderlijke besluiten van 5 december 2017 heeft het Uwv de aan appellante toegekende uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) en Toeslagenwet (TW) over de periode van 1 september 2017 tot en met 31 oktober 2017 ingetrokken en teruggevorderd tot een bedrag van € 2.285,06. Het bezwaar van appellante tegen deze besluiten heeft het Uwv bij besluit van 17 juli 2018 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 24 januari 2019 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.
2. Het Uwv heeft ter zitting van de Raad desgevraagd te kennen gegeven het bestreden besluit en de besluiten van 5 december 2017 niet langer te handhaven, omdat daarvoor een grondslag ontbreekt.
3. Gelet op het feit dat het Uwv zijn standpunt in deze zaak niet langer handhaaft, oordeelt de Raad dat het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd, het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen zal de Raad de besluiten van 5 december 2017 herroepen en bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit.
4. Aanleiding bestaat om het Uwv te veroordelen in de kosten van appellante voor de aan haar beroepsmatig verleende rechtsbijstand in bezwaar, beroep en hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 2.670,- (2 punten in de bezwaarfase, 2 punten in beroep en 1 punt in hoger beroep, waarde per punt € 534,-, met een wegingsfactor 1).
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) M. Graveland (getekend) E.J.J.M. Weyers