Socialezekerheidsrecht

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door het bestuursorgaan.

Zaakgegevens

Op 8 december 2021 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
8 december 2021
Datum publicatie
8 december 2021
Zaaknummer
18/3898 WLZ
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2021:3069
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door het bestuursorgaan.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Datum uitspraak: 8 december 2021

18/3898 WLZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 8 juni 2018, 17/3219 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

VGZ Zorgkantoor B.V. (appellant)

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 10 juni 2021 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.

Namens betrokkene heeft mr. R.W. de Gruijl, advocaat, verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.

Appellant heeft geen verweerschrift ingediend.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.

Aangezien de rechtbank in de aangevallen uitspraak een proceskostenveroordeling in beroep heeft uitgesproken, staan de Raad nog ter beoordeling de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 748,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 748,-.

Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van D. van der Boom als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 december 2021.

(getekend) D. Hardonk-Prins

(getekend) D. van der Boom

1 punt voor het verweerschrift