Socialezekerheidsrecht
ZW-uitkering terecht beëindigd. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.
Centrale Raad van Beroep, 9 december 2021
ECLI:NL:CRVB:2021:3207 · Centrale Raad van Beroep · 9 december 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2021-3207
Zaakgegevens
Op 9 december 2021 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 december 2021
- Datum publicatie
- 20 december 2021
- Zaaknummer
- 21/1890 WIA-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2021:3207
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
ZW-uitkering terecht beëindigd. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.
Uitspraak
21 1890 WIA-PV
Datum uitspraak: 9 december 2021
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 april 2021, 20/3436 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Zitting heeft: mr. T. Dompeling
Griffier: A.M.M. Chevalier
Het onderzoek ter zitting heeft via videobellen plaatsgevonden op 9 december 2021. Appellant en zijn gemachtigde mr. S. Igdeli zijn ter zitting niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.H. van Riet.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Het Uwv heeft bij besluit van 15 november 2019 de uitkering van appellant op grond van de Ziektewet per 16 december 2019 beëindigd, omdat hij meer dan 65% kon verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd. Het bezwaar van appellant is bij besluit van 26 mei 2020 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellant – kortgezegd – zijn in beroep ingenomen standpunt gehandhaafd dat zijn beperkingen aan de knie onvoldoende zorgvuldig zijn onderzocht en dat deze beperkingen zijn onderschat.
De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak afdoende gemotiveerd waarom deze gronden niet slagen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de omstandigheid dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep appellant niet op een spreekuur heeft gezien geen aanleiding is het medisch onderzoek onzorgvuldig te achten. De rechtbank heeft daarnaast terecht overwogen dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende overtuigend heeft gemotiveerd waarom de belastbaarheid van appellant is aangepast ten opzichte van eerdere beoordelingen. De rechtbank heeft eveneens terecht geoordeeld dat appellant in staat moet worden geacht de geselecteerde functies te vervullen en daarbij betrokken dat appellant in het verleden ook in staat is geweest regulier productiewerk te verrichten. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen worden onderschreven.
Appellant heeft in hoger beroep geen medische gegevens ingebracht die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
4. Het hoger beroep slaagt niet.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) A.M.M. Chevalier (getekend) T. Dompeling
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep