Socialezekerheidsrecht

Net als de rechtbank is de Raad van oordeel dat de aanvraag om een nabestaandenuitkering terecht is…

Centrale Raad van Beroep, 17 december 2021

Zaakgegevens

Op 17 december 2021 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17 december 2021
Datum publicatie
3 februari 2022
Zaaknummer
21/2239 ANW-PV
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2021:3366
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Net als de rechtbank is de Raad van oordeel dat de aanvraag om een nabestaandenuitkering terecht is afgewezen. De echtgenoot was op de dag van zijn overlijden niet op enige grond verzekerd voor de ANW of verzekerd op grond van de Marokkaanse wetgeving. De ziekte van appellante en haar financiële situatie leiden er niet toe dat zij daarom recht heeft op een nabestaandenuitkering. De aangevallen uitspraak moet dan ook worden bevestigd.

Procesgang

  1. Centrale Raad van Beroep · 17 december 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:CRVB:2021:3366

  2. Hoge Raad · 11 november 2022

    ECLI:NL:HR:2022:1637

Uitspraak

21 2239 ANW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 april 2021, 21/365 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (Marokko) (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 17 december 2021

Zitting heeft: A. van Gijzen

Griffier: M. Buur

Ter zitting zijn verschenen: Appellante is niet verschenen. Voor de Svb heeft via videobellen deelgenomen mr. I. Pieterse.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1.1.

Appellante is geboren in 1964. Op [datum huwelijk] 2002 is appellante gehuwd met de heer

[naam echtgenoot] (echtgenoot), geboren in 1941. Op [datum van overlijden] 2018 is de echtgenoot overleden. Op 17 januari 2020 heeft appellante via de Caisse Nationale de Sécurité Sociale (CNSS) een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd.

1.2.

Bij besluit van 24 april 2020 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Bij besluit van 30 november 2020 heeft de Svb het bezwaar tegen het besluit van 24 april 2020 ongegrond verklaard. Appellante heeft volgens de Svb geen recht op een nabestaandenuitkering omdat haar echtgenoot op de datum van zijn overlijden niet in Nederland woonde of werkte. Ook was hij niet vrijwillig verzekerd voor de ANW en viel hij niet onder één van de regelingen die uitbreiding van de groep verzekerden regelen. Ten slotte was hij niet verzekerd op grond van de Marokkaanse wetgeving.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellante bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering, omdat haar echtgenoot niet op enige grond verzekerd was voor de ANW en ook niet verzekerd was op grond van de Marokkaanse wetgeving. De financiële en gezondheidssituatie van appellante kan er niet toe leiden dat zij recht heeft op een nabestaandenuitkering.

3. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat de nabestaandenuitkering ten onrechte niet is toegekend. Haar echtgenoot was de enige die haar onderhield en zij heeft geen andere inkomsten of uitkeringen. Verder heeft zij gesteld dat zij ziek is.

4. Net als de rechtbank is de Raad van oordeel dat de aanvraag om een nabestaandenuitkering terecht is afgewezen. Uit de gedingstukken blijkt niet dat de echtgenoot op de dag van zijn overlijden op enige grond verzekerd was voor de ANW of was verzekerd op grond van de Marokkaanse wetgeving. De ziekte van appellante en haar financiële situatie leiden er niet toe dat zij alleen om die reden recht heeft op een nabestaandenuitkering. De aangevallen uitspraak moet dan ook worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

De griffier is verhinderd te tekenen. (getekend) A. van Gijzen

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.