Socialezekerheidsrecht
Terecht vastgesteld dat geen recht is op WIA-uitkering, omdat geen sprake is van een toename van beperkingen…
Centrale Raad van Beroep, 14 juli 2022
ECLI:NL:CRVB:2022:1606 · Centrale Raad van Beroep · 14 juli 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2022-1606
Zaakgegevens
Op 14 juli 2022 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 juli 2022
- Datum publicatie
- 19 juli 2022
- Zaaknummer
- 21/3744 WIA-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2022:1606
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Terecht vastgesteld dat geen recht is op WIA-uitkering, omdat geen sprake is van een toename van beperkingen ten opzichte van de eerdere WIA-beoordeling in 2018. Voldoende zorgvuldig onderzoek. Voldoende medische grondslag.
Uitspraak
21 3744 WIA-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 september 2021, 20/5943 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 14 juli 2022
Zitting heeft: T. Dompeling
Griffier: R. van der Heide
Ter zitting zijn verschenen: namens appellant [Naam] . Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.J.M.M. de Poel.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 29 september 2020 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv zijn beslissing van 30 juli 2019 gehandhaafd dat appellant met ingang van 16 april 2019 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), omdat geen sprake is van een toename van beperkingen ten opzichte van de eerdere WIA-beoordeling in 2018.
De Raad sluit zich aan bij wat de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft overwogen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat voldoende zorgvuldig onderzoek is gedaan. Ook wordt de rechtbank gevolgd in het oordeel dat geen twijfel bestaat aan de juistheid van de medische conclusies van de verzekeringsartsen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft gemotiveerd uiteengezet dat geen sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid per 16 april 2019. In hoger beroep is door appellant wel gesteld dat zijn klachtenpatroon onvoldoende door het Uwv is meegewogen en dat te lichtvaardig beperkingen zijn aangenomen, maar dit is niet onderbouwd met medische informatie.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend.) R. van der Heide (getekend.) T. Dompeling