Socialezekerheidsrecht
Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Centrale Raad van Beroep, 4 augustus 2022
ECLI:NL:CRVB:2022:1813 · Centrale Raad van Beroep · 4 augustus 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2022-1813
Zaakgegevens
Op 4 augustus 2022 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 augustus 2022
- Datum publicatie
- 16 augustus 2022
- Zaaknummer
- 21/2693 ANW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2022:1813
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitspraak
Datum uitspraak: 4 augustus 2022
21/2693 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:119, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 11 december 2020, 20/592 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
De Raad heeft het hoger beroep van verzoekster tegen de aangevallen uitspraak op
16 december 2021 niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de Raad het hoger beroep niet inhoudelijk in behandeling kan nemen. De Raad heeft de beslissing genomen op grond van de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht.
Verzoekster is het niet eens met de niet-ontvankelijkverklaring en heeft verzet ingediend.
Het verzet is behandeld ter zitting van 23 juni 2022. Beide partijen waren daarbij niet aanwezig.
OVERWEGINGEN
In de uitspraak van de Raad van 16 december 2021 is het verzoek om herziening niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen gronden zijn ingediend.
De Raad moet eerst bekijken of verzoekster op tijd verzet heeft gedaan. De laatste dag om tijdig een verzetschrift in te dienen was 2 februari 2022. De Raad heeft het verzetschrift ontvangen op 8 maart 2022. Volgens de poststempel is het op 4 februari 2022 verzonden. Het verzetschrift is dus niet op tijd bij de Raad ontvangen.
Verzoekster heeft desgevraagd geen redenen gegeven waarom zij te laat is met het indienen van het verzet.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan verzoekster te vergoeden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van E.P.J.M. Claerhoudt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2022.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) E.P.J.M. Claerhoudt