Socialezekerheidsrecht

Veroordeling in de proceskosten na intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan.

Zaakgegevens

Op 1 februari 2022 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
1 februari 2022
Datum publicatie
1 februari 2022
Zaaknummer
20/449 PW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2022:211
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Veroordeling in de proceskosten na intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Datum uitspraak: 1 februari 2022

20/449 PW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 12 december 2019, 19/160 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven (appellant)

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 6 september 2021 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.

Namens betrokkene heeft mr. C.J. van der Have, advocaat, verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.

Appellant heeft geen verweerschrift ingediend.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.

Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 759,- in hoger beroep, voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 759,-.

Deze uitspraak is gedaan door A.M. Overbeeke, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2022.

(getekend) A.M. Overbeeke

(getekend) E. Blijleven-de Vries