Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het uitstelverzoek van het Uwv is te laat bij de Raad ingediend.
Centrale Raad van Beroep, 21 november 2022
ECLI:NL:CRVB:2022:2522 · Centrale Raad van Beroep · 21 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2022-2522
Zaakgegevens
Op 21 november 2022 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 november 2022
- Datum publicatie
- 25 november 2022
- Zaaknummer
- 22/1582 Wajong
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2022:2522
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het uitstelverzoek van het Uwv is te laat bij de Raad ingediend.
Procesgang
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 15 april 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:2022Centrale Raad van Beroep · 21 november 2022deze uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2022:2522
Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
Datum uitspraak: 21 november 2022
22/1582 Wajong
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 april 2022, 20/7760 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)
PROCESVERLOOP
Het Uwv heeft hoger beroep ingesteld.
OVERWEGINGEN
In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.
Bij brief van 15 juni 2022 is het Uwv in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
Het Uwv heeft bij brief van 6 juli 2022 om uitstel gevraagd voor het indienen van de gronden. Bij brief van 7 juli 2022 heeft de Raad uitstel verleend en is de termijn voor het indienen van de gronden verlengd tot en met 10 augustus 2022.
Het Uwv heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 15 augustus 2022 is aan het Uwv nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is het Uwv erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
Het Uwv heeft ook die termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij e-mail van 13 september 2022 heeft appellant nogmaals verzocht om uitstel voor het indienen van de gronden. De laatste dag om de gronden in te dienen is 12 september 2022. Het uitstelverzoek van het Uwv is te laat bij de Raad ingediend.
Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Nu de aangevallen uitspraak in stand blijft, dient van het Uwv een griffierecht van € 543,- te worden geheven.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep:
-
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
-
bepaalt dat van het Uwv een griffierecht van € 543,- wordt geheven.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van J.M. Labage als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 november 2022.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) J.M. Labage
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.