Socialezekerheidsrecht

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het beroepschrift is niet tijdig ingediend. Geen gronden aanwezig waarop…

Centrale Raad van Beroep, 29 november 2022

Zaakgegevens

Op 29 november 2022 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29 november 2022
Datum publicatie
29 november 2022
Zaaknummer
22 / 1705 ZVW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2022:2574
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het beroepschrift is niet tijdig ingediend. Geen gronden aanwezig waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Uitspraak

Datum uitspraak: 29 november 2022

22/1705 ZVW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 31 maart 2022, 21/2443 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

Centraal Administratie Kantoor (CAK)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.

Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is bij aangetekende brief op 31 maart 2022 in afschrift aan partijen toegezonden. De uitspraak is naar de rechtbank geretourneerd. Om te voldoen aan het bepaalde in artikel 8:38 van de Awb heeft de rechtbank op 21 april 2022 de uitspraak nogmaals naar het adres van appellant gestuurd. In de begeleidende brief is uitdrukkelijk vermeld dat, als in de aangetekende brief een termijn is genoemd, deze niet opnieuw aanvangt.

Het beroepschrift is op 1 juni 2022 ontvangen.

Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Bij brief van 2 juni 2022 is aan appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.

Appellant heeft daarop bij brief van 4 juli 2022 – kort gezegd – geantwoord dat de brief wel op tijd was.

Wat appellant heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van A.F. Hulskes als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2022.

(getekend) D. Hardonk-Prins

(getekend) A.F. Hulskes

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift