Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep · Hoger beroep · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 13 december 2022

Zaakgegevens

Op 13 december 2022 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13 december 2022
Datum publicatie
13 december 2022
Zaaknummer
20/2076 PW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2022:2667
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Proceskostenveroordeling.

Uitspraak

Datum uitspraak: 13 december 2022

20/2076 PW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 mei 2020, 19/4667 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel (appellant)

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 7 januari 2022 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.

Namens betrokkene heeft mr. A.L. Kuit, advocaat, verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.

Appellant heeft een verweerschrift ingediend.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.

De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken en dat namens betrokkene een verzoek om veroordeling van appellant in de proceskosten van betrokkene is gedaan.

Appellant heeft in zijn verweerschrift aangegeven dat hij bereid is om 1 punt te vergoeden in beroep (beroepschrift), 1 punt in hoger beroep (verweerschrift) en de gemaakte griffiekosten.

De Raad ziet aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De in beroep gemaakte kosten zijn al door de rechtbank toegekend. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 759,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

Voor vergoeding van het betaalde griffierecht dient betrokkene zich rechtstreeks tot appellant te wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 759,-.

Deze uitspraak is gedaan door J.J. Janssen, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 december 2022.

(getekend) J.J. Janssen

(getekend) P.A.M. Hulsdouw