Socialezekerheidsrecht
Recht op een loongerelateerde WGA-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 50,49%. Vaststelling…
Centrale Raad van Beroep, 22 december 2022
ECLI:NL:CRVB:2022:2856 · Centrale Raad van Beroep · 22 december 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2022-2856
Zaakgegevens
Op 22 december 2022 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 december 2022
- Datum publicatie
- 30 december 2022
- Zaaknummer
- 22/1660 WIA-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2022:2856
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Recht op een loongerelateerde WGA-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 50,49%. Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op 40,36%. Volgens vaste rechtspraak van de Raad wordt een verslaving aan verdovende middelen en/of alcohol op zich niet als een ziekte of gebrek aangemerkt. Evenmin de sociale problemen als gevolg van die verslaving. Dat is anders als uit die verslaving gebreken voortvloeien, of indien die verslaving noodzaakt tot een klinische opname of behandeling, (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 6 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:66).
Procesgang
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 14 april 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:2092Centrale Raad van Beroep · 22 december 2022deze uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2022:2856
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
22 1660 WIA-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 april 2022, 20/10328 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 22 december 2022
Zitting heeft: T. Dompeling
Griffier: S.C. Scholten
Ter zitting zijn appellant en zijn gemachtigde niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door M.J.H. Maas (via Teams).
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 30 november2020 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv het bezwaar tegen zijn beslissing van 10 maart 2020 waarin bepaald is dat appellant per 30 maart 2020 recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 50,49% gegrond verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 40,36%.
In hoger beroep heeft appellant verwezen naar de gronden van het beroep en aangevoerd dat te weinig rekening is gehouden met klachten die zijn ontstaan door het alcoholmisbruik. Appellant heeft geen nadere onderbouwing van zijn standpunt ingediend. De rechtbank heeft alle gronden van het beroep uitvoerig besproken en gemotiveerd waarom de gronden niet slagen. De Raad neemt de overwegingen van de rechtbank over.
Ter zitting van de Raad heeft het Uwv terecht opgemerkt dat volgens vaste rechtspraak van de Raad een verslaving aan verdovende middelen en/of alcohol op zich niet als een ziekte of gebrek wordt aangemerkt. Evenmin de sociale problemen als gevolg van die verslaving. Dat is anders als uit die verslaving gebreken voortvloeien, of indien die verslaving noodzaakt tot een klinische opname of behandeling, (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van
6 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:66). In het dossier bevinden zich geen aanknopingspunten om te oordelen dat hiervan sprake was op de datum in geding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) S.C. Scholten (getekend) T. Dompeling