Socialezekerheidsrecht
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 10-2-2022, zie ECLI:NL:CRVB:2022:466 voor de…
Centrale Raad van Beroep, 10 februari 2022
ECLI:NL:CRVB:2022:467 · Centrale Raad van Beroep · 10 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2022-467
Zaakgegevens
Op 10 februari 2022 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 februari 2022
- Datum publicatie
- 8 maart 2022
- Zaaknummer
- 19/3705 WIA-R
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2022:467
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 10-2-2022, zie ECLI:NL:CRVB:2022:466 voor de gerectificeerde tekst.
Uitspraak
19/3705 WIA-R
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 11 november 2021, 19/3705 WIA
[appellante] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 10 februari 2022
19 3705 WIA-R
PROCESVERLOOP
Bij brief van 23 november 2021 heeft mr. J.G. Burgers, gemachtigde van appellante, de Raad verzocht de uitspraak van 11 november 2021 te rectificeren omdat daarin een onjuist bedrag aan proceskosten staat.
De Raad heeft geconstateerd dat in voormelde uitspraak slechts vergoeding van 1 procespunt is toegekend, terwijl er sprake is van een tweetal proceshandelingen die voor vergoeding in aanmerking komen. Namelijk het indienen van het hoger beroepschrift en het bijwonen van een zitting op 18 december 2020.
De Raad heeft partijen bij brief van 12 januari 2022 meegedeeld voornemens te zijn de uitspraak te rectificeren. In de genoemde brief is aan partijen meegedeeld dat zij binnen twee weken schriftelijk kunnen reageren op het voornemen van de Raad tot rectificatie van de uitspraak. In deze brief is meegedeeld dat indien van partijen binnen de gestelde termijn geen reactie wordt ontvangen de Raad er dan van uit gaat dat geen bezwaar bestaat tegen de voorgenomen rectificatie.
Van beide partijen is geen reactie ontvangen zodat de Raad over kan gaan tot rectificatie van de uitspraak.
OVERWEGINGEN
De Raad wijzigt de uitspraak van 11 november 2021, 19/3705 WIA als volgt.
De vierde overweging gaat luiden als volgt:
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten van appellante die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.496,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
De nieuwe beslissing zal gaan luiden:
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de schade als hiervoor aangegeven:
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.496,-.
19 3705 WIA-R
Deze uitspraak is gedaan door E.W. Akkerman, in tegenwoordigheid van
R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2022.
(getekend) E.W. Akkerman
(getekend) R.L. Rijnen