Socialezekerheidsrecht

De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 9 november 2021 in afschrift aan partijen toegezonden…

Centrale Raad van Beroep, 31 maart 2022

Zaakgegevens

Op 31 maart 2022 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31 maart 2022
Datum publicatie
7 april 2022
Zaaknummer
21/4520 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2022:744
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 9 november 2021 in afschrift aan partijen toegezonden. Het beroepschrift is op 27 december 2021 per fax ontvangen. Het postexemplaar is op 29 december 2021 ontvangen en is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 27 december 2021 ter post bezorgd. De laatste dag dat het beroepschrift ingediend had moeten worden is 21 december 2021. Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Bij brief van 20 januari 2022 is aan gemachtigde van appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding. Gemachtigde van appellant heeft daarop niet geantwoord. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Uitspraak

Datum uitspraak: 31 maart 2022

21/4520 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van

9 november 2021, 21/1186 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Mr. H. Sala heeft als gemachtigde van appellant hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.

Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 9 november 2021 in afschrift aan partijen toegezonden.

Het beroepschrift is op 27 december 2021 per fax ontvangen. Het postexemplaar is op

29 december 2021 ontvangen en is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 27 december 2021 ter post bezorgd. De laatste dag dat het beroepschrift ingediend had moeten worden is 21 december 2021.

Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Bij brief van 20 januari 2022 is aan gemachtigde van appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.

Gemachtigde van appellant heeft daarop niet geantwoord.

Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van J.M. Labage als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2022.

(getekend) J.P.M. Zeijen

(getekend) J.M. Labage

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

GdJ