Socialezekerheidsrecht
Intrekking en terugvordering van bijstand. Bijschrijvingen en gokactiviteiten. Appellante heeft haar…
Centrale Raad van Beroep, 19 april 2022
ECLI:NL:CRVB:2022:910 · Centrale Raad van Beroep · 19 april 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2022-910
Zaakgegevens
Op 19 april 2022 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 april 2022
- Datum publicatie
- 3 mei 2022
- Zaaknummer
- 19/5352 PW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2022:910
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Intrekking en terugvordering van bijstand. Bijschrijvingen en gokactiviteiten. Appellante heeft haar inlichtingenverplichting geschonden door geen melding te maken van bijschrijvingen door derden en van gokactiviteiten via websites, als gevolg waarvan het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
Uitspraak
19 5352 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 18 november 2019, 19/634 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht (het college)
Datum uitspraak: 19 april 2022
Zitting heeft: P.W. van Straalen
Griffier: R. van der Maarel
Appellante is niet verschenen ter zitting. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door W. Ottenheim.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Het gaat in deze zaak om een intrekking van bijstand per 10 december 2014 en een terugvordering van kosten van bijstand tot een bedrag van € 13.984,36.
Het college heeft daaraan ten grondslag gelegd dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden door geen melding te maken van bijschrijvingen door derden en van gokactiviteiten via de websites unibet.nl en beterbingo.nl, als gevolg waarvan het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
Appellante voert aan dat het recht op bijstand kan worden vastgesteld aan de hand van de bankafschriften. Die grond slaagt niet. Dat is al het geval omdat het college terecht stelt dat de bankafschriften geen volledige inzage bieden in de met de gokactiviteiten behaalde inkomsten. Hierbij is van belang dat de door Unibet verstrekte informatie niet correspondeert met de gegevens uit de bankafschriften en geen duidelijkheid is geboden over de inkomsten uit de gokactiviteiten bij Beterbingo. De Raad heeft appellante voorafgaand aan de zitting gevraagd haar standpunt op dit punt te onderbouwen. Hieraan heeft zij geen gehoor gegeven. Ook is zij niet ter zitting verschenen om een toelichting te geven.
Appellante voert verder aan dat de terugvordering niet evenredig is. Die grond slaagt al niet omdat het college bij schending van de inlichtingenverplichting verplicht is tot intrekking en terugvordering van de bijstand over te gaan. Voor een toetsing aan de evenredigheid van de terugvordering is dan geen plaats.
Dit betekent dat de in hoger beroep aangevoerde gronden niet slagen. De aangevallen uitspraak zal daarom worden bevestigd.
Voor een veroordeling in de kosten bestaat dan geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) R. van der Maarel (getekend) P.W. van Straalen