Socialezekerheidsrecht

Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden. Tweemaal termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Hoger beroep…

Centrale Raad van Beroep, 2 juni 2023

Zaakgegevens

Op 2 juni 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
2 juni 2023
Datum publicatie
5 juni 2023
Zaaknummer
22/3963 WAO
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2023:1035
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden. Tweemaal termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

Uitspraak

Datum uitspraak: 2 juni 2023

22/3963 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van

15 november 2022, 22/111 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge

artikel 6:24 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.

Bij brief van 20 januari 2023 is appellante in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.

Appellante heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.

Bij aangetekende brief van 20 februari 2023 is aan appellante nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellante erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.

Appellante heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.

Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van J.M. Labage als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2023.

(getekend) S.B. Smit-Colenbrander

(getekend) J.M. Labage

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.