Socialezekerheidsrecht
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 10-1-2023, zie ECLI:NL:CRVB:2022:2866 voor de…
Centrale Raad van Beroep, 10 januari 2023
ECLI:NL:CRVB:2023:114 · Centrale Raad van Beroep · 10 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2023-114
Zaakgegevens
Op 10 januari 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 januari 2023
- Datum publicatie
- 23 januari 2023
- Zaaknummer
- 21 / 133 PW-R
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2023:114
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 10-1-2023, zie ECLI:NL:CRVB:2022:2866 voor de gerectificeerde tekst.
Uitspraak
221/133 PW-R en 21/134 PW-R
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 30 augustus 2022, 21/133 PW
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Delft (college)
Datum uitspraak: 10 januari 2023
PROCESVERLOOP
Namens het college heeft mevrouw L. Kok er schriftelijk op gewezen dat de uitspraak van de Raad van 30 augustus 2022 een fout in de berekening van de proceskosten bevat in die zin dat ten onrechte kosten zijn berekend voor het verschijnen ter zitting bij de rechtbank, maar appellant en zijn gemachtigde zijn daar niet verschenen.
De Raad heeft daarom aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak. Dit is bij brief van 15 november 2022 aan partijen meegedeeld.
Partijen hebben niet gereageerd binnen de in de brief van 15 november 2022 gestelde van vier weken, in verband waarmee de Raad, naar in die brief is vermeld, ervan uitgaat dat er geen bezwaar bestaat tegen de voorgenomen rectificatie.
OVERWEGINGEN
De Raad wijzigt de uitspraak van 30 augustus 2022, 21/133 PW en 21/134 PW, als volgt:
pagina 5, onder onderdeel 5 wordt:
“Aanleiding bestaat om het college te veroordelen in de kosten van appellant. Deze kosten worden begroot op € 1.082,- in bezwaar, € 759,- in beroep en op € 1.518,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand, in totaal € 3.359,-.”
De beslissing wordt op dit punt gewijzigd in:
‘- veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.359,-;”.
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerde exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 30 augustus 2022, 21/133 PW en 21/134 PW, als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door K.M.P. Jacobs, in tegenwoordigheid van M. Zwart als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2023.
(getekend) K.M.P. Jacobs
(getekend) M. Zwart