Socialezekerheidsrecht

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.

Centrale Raad van Beroep, 28 juni 2023

Zaakgegevens

Op 28 juni 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28 juni 2023
Datum publicatie
28 juni 2023
Zaaknummer
22 / 2943 WSF
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2023:1201
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 28 juli 2022

    ECLI:NL:RBZWB:2022:4213
  2. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 29 juli 2022

    ECLI:NL:RBZWB:2022:4265
  3. Centrale Raad van Beroep · 28 juni 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:CRVB:2023:1201

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

Datum uitspraak: 28 juni 2023

22/2943 WSF

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 28 juli 2022, 21/4614 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P.S. Folsche, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.

Bij brief van 14 september 2022 is de gemachtigde van appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.

Bij brief van 11 oktober 2022 heeft de gemachtigde van appellant gevraagd om verlenging van de termijn voor het indienen van de gronden.

Bij aangetekende brief van 28 november 2022 heeft de Raad de gemachtigde van appellant uitstel voor het indienen van de gronden verleend. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is de gemachtigde van appellant erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.

De gemachtigde van appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.

Eerst bij brief van 2 januari 2023 heeft de gemachtigde van appellant de gronden van het beroep ingediend.

Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van D. van der Boom als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2023.

(getekend) D. Hardonk-Prins

(getekend) D. van der Boom

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.