Socialezekerheidsrecht

Proceskostenveroordeling. Het bestuursorgaan is volledig tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant.

Centrale Raad van Beroep, 5 september 2023

Zaakgegevens

Op 5 september 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
5 september 2023
Datum publicatie
7 september 2023
Zaaknummer
20/2231 ZVW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2023:1731
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Proceskostenveroordeling. Het bestuursorgaan is volledig tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant.

Uitspraak

Datum uitspraak: 5 september 2023

20/2231 ZVW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 2 juni 2020, 18/6369 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

Centraal Administratie Kantoor (het CAK)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. R. Küçükünal, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Bij bericht van 28 juli 2022 heeft het CAK laten weten dat het boetebesluit van 26 februari

2018 wordt ingetrokken.

Bij bericht van 21 september 2022 heeft mr. Küçükünal namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het CAK te veroordelen in de proceskosten.

Het CAK heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Vastgesteld wordt dat mr. Küçükünal het hoger beroep heeft ingetrokken naar aanleiding van de e-mail van het CAK van 28 juli 2022, waarin hij heeft meegedeeld dat het boetebesluit van 26 februari 2018 niet wordt gehandhaafd. Hiermee is het CAK aan de bezwaren van appellante tegemoet gekomen.

Het CAK wordt daarom veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

Het CAK heeft laten weten akkoord te gaan met een vergoeding van

€ 2.705,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen op de hoorzitting, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, en 1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift).

De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, en conform de hierboven weergegeven puntentelling, begroot op € 1.194,- in bezwaar, € 1.674,- in beroep en € 837,- in hoger beroep. Als gevolg van de onmiddellijke werking van de wijziging van het Bpb per 1 januari 2023 is het bedrag van de proceskosten hoger dan door het CAK was berekend.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het CAK in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.705,-.

Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 september 2023.