Socialezekerheidsrecht
Het verzet is ongegrond. De Raad is niet bevoegd het hoger beroep te behandelen. Appellant heeft in verzet…
Centrale Raad van Beroep, 22 september 2023
ECLI:NL:CRVB:2023:1832 · Centrale Raad van Beroep · 22 september 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2023-1832
Zaakgegevens
Op 22 september 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 september 2023
- Datum publicatie
- 2 oktober 2023
- Zaaknummer
- 22/1523 PW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2023:1832
Samenvatting
Het verzet is ongegrond. De Raad is niet bevoegd het hoger beroep te behandelen. Appellant heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat de Raad zich ten onrechte onbevoegd heeft verklaard.
Uitspraak
22 1523 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 2 mei 2018, C/10/543665/ FA RK 18-690 (bestreden beschikking)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam
Datum uitspraak: 22 september 2023
Zitting heeft: J.C. Boeree, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: M. Ramanand
Ter zitting is niemand verschenen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
In de uitspraak van 10 januari 2023 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het door appellant ingestelde hoger beroep.
Appellante heeft verzet gedaan.
In het verzetschrift voert appellant aan dat naar zijn mening het college onjuist heeft gehandeld. Daarnaast is ook de handelwijze van de rechtbank Arnhem niet juist. Appellant is het niet eens met het vastgestelde verhaalsbedrag.
De Raad betreurt dat appellant zich op onjuiste wijze behandeld voelt. Allereerst is de vraag of de Raad bevoegd is het door appellant ingediende hoger beroep te behandelen. In de wet is vastgelegd waarover de Raad kan en mag oordelen. In de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die als bijlage 2 bij de Awb is gevoegd is paragraaf 6.5 van de Participatiewet uitgesloten van de mogelijkheid om (hoger) beroep in te stellen op grond van Awb. De beschikking waar appellant tegen opkomt valt onder deze paragraaf. Daarom is dit geen beschikking waarover de Raad bevoegd is te oordelen.
Dat betekent dat wat appellant in zijn hogerberoepschrift en verzetschrift uiteen heeft gezet niet tot een ander oordeel kan leiden.
De Raad kan in dit geval niet anders dan oordelen dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit blijkt dat de Raad zich ten onrechte onbevoegd heeft verklaard.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) M. Ramanand (getekend) J. C. Boeree