Socialezekerheidsrecht

Het verschuldigde griffierecht is niet tijdig betaald en het hogerberoepschrift bevat geen gronden. Ook na…

Centrale Raad van Beroep, 22 september 2023

Zaakgegevens

Op 22 september 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22 september 2023
Datum publicatie
2 oktober 2023
Zaaknummer
22/365 ANW-PV
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2023:1833
E-mail

Samenvatting

Het verschuldigde griffierecht is niet tijdig betaald en het hogerberoepschrift bevat geen gronden. Ook na extra termijn zijn geen gronden ingediend. Het te laat betaalde griffierecht zal aan appellante worden teruggestort. Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

22 365 ANW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 september 2021, 19/2124 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank

Datum uitspraak: 22 september 2023

Zitting heeft: J.C. Boeree, als lid van de enkelvoudige kamer

Griffier: M. Ramanand

Ter zitting is niemand verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

In de uitspraak van 19 augustus 2022 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het verschuldigde griffierecht niet tijdig is betaald en omdat het hogerberoepschrift geen gronden bevat.

Appellante heeft verzet gedaan.

In het verzetschrift worden geen gronden vermeld waarom appellante het niet eens zou zijn met de uitspraak van de Raad van 19 augustus 2022. Op 9 november 2022 is appellante daarom uitgenodigd om de verzetsgronden in te dienen. Hierbij is een termijn van acht weken gesteld. Deze termijn is ongebruikt verstreken.

Bij brief van 10 januari 2023 is appellante nogmaals de gelegenheid geboden de verzetsgronden kenbaar te maken. Ook bij deze brief is een termijn gesteld, namelijk vier weken. Appellante heeft gereageerd maar daarbij geen gronden ingediend.

De Raad kan in dit geval niet anders dan oordelen dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit blijkt dat appellante niet in verzuim is geweest.

Het te laat betaalde griffierecht zal aan appellante worden teruggestort.

Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) M. Ramanand (getekend) J. C. Boeree