Socialezekerheidsrecht

De maandelijks verschuldigde bestuursrechtelijke premie wordt terecht ingehouden op het inkomen van appellant.

Centrale Raad van Beroep, 24 oktober 2023

Zaakgegevens

Op 24 oktober 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24 oktober 2023
Datum publicatie
25 oktober 2023
Zaaknummer
21/848 ZVW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2023:1965
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De maandelijks verschuldigde bestuursrechtelijke premie wordt terecht ingehouden op het inkomen van appellant.

Uitspraak

21 848 ZVW

Datum uitspraak: 24 oktober 2023

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 19 februari 2021, 19/1167 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het CAK

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het CAK heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 september 2023. Appellant is niet verschenen. Het CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.M. Nijman.

OVERWEGINGEN

1.1.

Het CAK heeft bij besluit van 16 januari 2019 aan appellant bericht dat de maandelijks verschuldigde bestuursrechtelijke premie van € 138,50 vanaf 1 februari 2019 rechtstreeks op zijn inkomen bij de gemeente ’s-Hertogenbosch wordt ingehouden.

1.2.

Bij besluit van 26 maart 2019 (bestreden besluit) heeft het CAK het bezwaar van appellant tegen het besluit van 16 januari 2019 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geen reden gezien om te oordelen dat het CAK bij het innen van de bestuursrechtelijke premie ten onrechte toepassing heeft gegeven aan de broninhouding op grond van artikel 18f, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet.

3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

3.1.

Appellant heeft in hoger beroep geen gronden naar voren gebracht die zijn gericht tegen de aangevallen uitspraak en/of gemotiveerd waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. Het hoger beroep slaagt daarom niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van E.P.J.M. Claerhoudt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2023.

(getekend) D. Hardonk-Prins

(getekend) E.P.J.M Claerhoudt