Socialezekerheidsrecht

Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het Uwv op 9 mei 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar…

Zaakgegevens

Op 23 november 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23 november 2023
Datum publicatie
27 november 2023
Zaaknummer
20/3303 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2023:2204
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het Uwv op 9 mei 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Het Uwv is volledig tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant. Intrekking hoger beroep. Proceskostenveroordeling beroep en hoger beroep.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 7 augustus 2020

    ECLI:NL:RBZWB:2020:3699
  2. Centrale Raad van Beroep · 23 november 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:CRVB:2023:2204

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Uitspraak

Inhoudsopgave

Datum uitspraak: 23 november 2023

20/3303 WIA, 21/975 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 7 augustus 2020, 20/7233 en 20/7080
(aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [Woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Op 1 oktober 2020 heeft mr. K.T. Ghaffari, advocaat, zich als gemachtigde van appellant gesteld.

Het Uwv heeft op 5 februari 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Appellant heeft een nadere reactie ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 maart 2023. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Ghaffari. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. G.A. Vermeijden.

De Raad heeft op 19 april 2023 een tussenuitspraak gedaan.

Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het Uwv op 9 mei 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek op een nadere zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar van 9 mei 2023 volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.

Voor een vergoeding van kosten in de bezwaarfase bestaat geen grond, omdat van dergelijke kosten niet is gebleken.

De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.674,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 2.092,50 in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift en
1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor de reactie op het gewijzigde besluit van 5 februari 2021). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 3.766,50.

Ook dient het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van €3.766,50;

- veroordeelt het Uwv tot vergoeding van het door appellant betaalde griffierecht tot een bedrag van €179,-.

Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van
M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 november 2023.

(getekend) S.B. Smit-Colenbrander

(getekend) M.D.F. de Moor