Socialezekerheidsrecht
Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden. Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Centrale Raad van Beroep, 19 december 2023
ECLI:NL:CRVB:2023:2503 · Centrale Raad van Beroep · 19 december 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2023-2503
Zaakgegevens
Op 19 december 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 december 2023
- Datum publicatie
- 29 december 2023
- Zaaknummer
- 23/1084 PW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2023:2503
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden. Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitspraak
Datum uitspraak: 19 december 2023
23/1084 PW, 23/1085 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 1 maart 2023, 21/3911 en 21/6173
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Purmerend (college)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.
OVERWEGINGEN
In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.
Bij brief van 14 april 2023 is appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
Appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 15 mei 2023 is aan appellant nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellant erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg kan hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
Op 15 mei 2023, 17 mei 2023, 7 juni 2023 en 20 juni 2023 ontving de Raad verschillende brieven van appellant met bijlagen. De Raad heeft van deze brieven geen kennis kunnen nemen, aangezien deze stukken beroepsgronden bevatten van een andere zaak met andere betrokkenen, waarvan geen registratienummer bekend is bij de Raad.
Naar aanleiding van deze brieven heeft de Raad op 5 juli 2023 telefonisch contact opgenomen met appellant en is appellant diezelfde dag nogmaals bij aangetekende brief de gelegenheid geboden de juiste beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellant erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg kan hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
Deze brief heeft de Raad op 26 juli 2023 nogmaals ter herinnering aan appellant toegezonden. Daarbij is appellant erop gewezen dat met deze nieuwe toezending geen nieuwe termijn is gaan lopen.
Appellant heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door C.E.M. Marsé, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 december 2023.
(getekend) C.E.M. Marsé
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.