Socialezekerheidsrecht
Weigeren een WGA-uitkering op grond van de Wet WIA toe te kennen. De melding van toegenomen beperkingen valt…
Centrale Raad van Beroep, 2 februari 2023
ECLI:NL:CRVB:2023:368 · Centrale Raad van Beroep · 2 februari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2023-368
Zaakgegevens
Op 2 februari 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 februari 2023
- Datum publicatie
- 28 februari 2023
- Zaaknummer
- 22/1596 WIA-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2023:368
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Weigeren een WGA-uitkering op grond van de Wet WIA toe te kennen. De melding van toegenomen beperkingen valt buiten de vijfjaarstermijn. Het is duidelijk dat appellant klachten ervaart, maar een toename van beperkingen blijkt niet uit de beschikbare medische gegevens. Er is dan ook geen aanleiding om een deskundige te benoemen.
Uitspraak
22 1596 WIA-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 8 april 2022, 21/1577 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 2 februari 2023
Zitting heeft: T. Dompeling
Griffier: C.G. van Straalen
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 februari 2023. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. B. Wernik. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C. Roele.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij besluit van 27 juni 2013 heeft het Uwv geweigerd appellant met ingang van 11 april
2013 een WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet
WIA) toe te kennen, omdat de mate van zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% is. Dat
besluit staat in rechte vast.
Appellant heeft zich op 16 september 2020 bij het Uwv gemeld met toegenomen
klachten met ingang van 1 januari 2019. Het Uwv heeft bij besluit van 15 oktober 2020 geweigerd om appellant een WIA-uitkering toe te kennen.
Het Uwv heeft het bezwaar van appellant tegen het besluit van 15 oktober 2020 bij
besluit van 23 februari 2021 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Aan het bestreden
besluit is ten grondslag gelegd dat geen recht op WIA kan ontstaan omdat de melding van
toegenomen beperkingen buiten de termijn van vijf jaar na de datum per wanneer is
geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen is gedaan.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft in hoger beroep zijn standpunt als ingenomen in beroep gehandhaafd. Hij is van mening dat hij met de ingediende informatie van de oogarts heeft aangetoond dat er in de periode van vijf jaar na 11 april 2013 sprake is van toegenomen beperkingen.
4. Er bestaat geen aanleiding voor een ander oordeel dan de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft gegeven. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de melding van toegenomen beperkingen buiten de vijfjaarstermijn valt. Verder heeft het Uwv ten overvloede alle door appellant ingediende medische informatie beoordeeld. Ook op de in hoger beroep ingediende stukken van de oogarts is gereageerd door een verzekeringsarts bezwaar en beroep. Deze arts heeft afdoende beargumenteerd dat uit de medische gegevens niet kan worden opgemaakt dat de beperkingen in de periode van 11 april 2013 en 11 april 2018 zijn toegenomen. Het is duidelijk dat appellant klachten ervaart, maar een toename van beperkingen blijkt niet uit de beschikbare medische gegevens. Er is dan ook geen aanleiding om een deskundige te benoemen.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend.) C.G. van Straalen (getekend.) T. Dompeling