Socialezekerheidsrecht
Verzet niet-ontvankelijk. De Raad is van oordeel dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft…
ECLI:NL:CRVB:2023:754 · Centrale Raad van Beroep · 21 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2023-754
Zaakgegevens
Op 21 april 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 april 2023
- Datum publicatie
- 25 april 2023
- Zaaknummer
- 22 / 126 ANW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2023:754
Samenvatting
Verzet niet-ontvankelijk. De Raad is van oordeel dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Uitspraak
22 126 ANW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 augustus 2020, 20/1240 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Datum uitspraak: 21 april 2023
Zitting heeft: J.C. Boeree, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: E.X.R. Yi
Op de zitting is niemand verschenen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
In de uitspraak van 19 mei 2022 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig was ingediend.
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend was 30 september 2020. Het hogerberoepschrift is door de Raad ontvangen op 12 januari 2022. Gezien de poststempel op de enveloppe is het hogerberoepschrift op 31 december 2021 ter post bezorgd. Dat is te laat en appellante heeft geen redenenen gegeven waarom niet van haar kon worden verwacht dat zij tijdig hoger beroep instelde.
Tegen deze uitspraak heeft appellante verzet gedaan.
Ook het verzet is na afloop van de termijn binnengekomen. De uitspraak van de Raad waartegen verzet is gedaan, is verzonden op 2 juni 2022. De laatste dag om tijdig verzet te doen was 14 juli 2022. Het verzetschrift is gedateerd op 28 juli 2022 en 29 juli 2022 ter post aangeboden. De Raad heeft het verzetschrift ontvangen op 24 augustus 2022. De Raad heeft aan appellante in een brief van 1 september 2022 gevraagd wat de reden voor de termijnoverschrijding van het verzet is. Zij heeft hierop niet gereageerd.
De Raad is van oordeel dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) E.X.R. Yi (getekend) J. C. Boeree