Socialezekerheidsrecht

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden. Verzuim niet hersteld.

Centrale Raad van Beroep, 4 juni 2024

Zaakgegevens

Op 4 juni 2024 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
4 juni 2024
Datum publicatie
13 juni 2024
Zaaknummer
24/394 PW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2024:1127
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden. Verzuim niet hersteld.

Uitspraak

Datum uitspraak: 4 juni 2024

24/394 PW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van
23 januari 2024, 23/2410

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Westerkwartier (college)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.

Bij brief van 7 maart 2024 is appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.

Appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.

Bij aangetekende brief van 8 april 2024 is aan appellant nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellant erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg kan hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.

Appellant heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.

Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2024.

(getekend) M. Wolfrat

(getekend) A. Giesen

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.