Socialezekerheidsrecht
Vastgesteld wordt dat mr. Gans namens appellant het hoger beroep heeft ingetrokken naar aanleiding van het…
Centrale Raad van Beroep, 12 juni 2024
ECLI:NL:CRVB:2024:1410 · Centrale Raad van Beroep · 12 juni 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2024-1410
Zaakgegevens
Op 12 juni 2024 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 juni 2024
- Datum publicatie
- 15 juli 2024
- Zaaknummer
- 22/1709 WMO15
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2024:1410
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vastgesteld wordt dat mr. Gans namens appellant het hoger beroep heeft ingetrokken naar aanleiding van het nieuwe besluit van het CAK van 18 november 2022. Hiermee is aan de bezwaren van appellant tegemoetgekomen. Het CAK wordt daarom veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
Uitspraak
Datum uitspraak: 12 juni 2024
22/1709 WMO15, 23/889 WMO15
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van
19 april 2022, 21/36
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het CAK
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. F.Y. Gans, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.
Bij brief van 21 december 2023 heeft mr. Gans namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het CAK te veroordelen in de proceskosten.
Het CAK heeft laten weten in te stemmen met een proceskostenveroordeling.
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Vastgesteld wordt dat mr. Gans namens appellant het hoger beroep heeft ingetrokken naar aanleiding van het nieuwe besluit van het CAK van 18 november 2022. Met dit besluit is de beslissing op bezwaar van 2 mei 2022 ingetrokken. De eigen bijdragen van appellant voor de periode van 1 maart 2019 tot en met 31 december 2020 zijn op € 0,- vastgesteld en de bestreden vordering over de periode van 1 maart 2019 tot en met 30 april 2020 komt te vervallen. Hiermee is aan de bezwaren van appellant tegemoetgekomen.
Het CAK wordt daarom veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.750,- in beroep
(1punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en
€875,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift).
Ook dient het CAK het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
-
veroordeelt het CAK in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.625,-;
-
bepaalt dat het CAK aan appellant het in beroep betaalde griffierecht van € 48,- vergoedt;
-
bepaalt dat het CAK aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 136,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2024.
(getekend) D. Hardonk-Prins
(getekend) A. Giesen