Socialezekerheidsrecht
Verzet niet-ontvankelijk. Verzetschrift ingediend nadat de termijn voor het indienen van verzet al was verstreken.
Centrale Raad van Beroep, 1 augustus 2024
ECLI:NL:CRVB:2024:1589 · Centrale Raad van Beroep · 1 augustus 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2024-1589
Zaakgegevens
Op 1 augustus 2024 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 augustus 2024
- Datum publicatie
- 8 augustus 2024
- Zaaknummer
- 23/178 AKW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2024:1589
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet niet-ontvankelijk. Verzetschrift ingediend nadat de termijn voor het indienen van verzet al was verstreken.
Uitspraak
Datum uitspraak: 1 augustus 2024
23/178 AKW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 november 2022, 20/4073 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak van 30 juni 2023 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 11 juli 2024. Partijen zijn niet verschenen.
OVERWEGINGEN
De Raad heeft het hoger beroep van appellant in de uitspraak van 30 juni 2023 nietontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald. Deze uitspraak is dezelfde dag verzonden. De termijn voor het indienen van verzet is op 18 september 2023 verstreken. Aan partijen is op 18 september 2023 per brief meegedeeld dat er geen verzet is ingediend.
Op 3 januari 2024 heeft de Raad een verzetschrift van appellant ontvangen. Omdat de termijn voor verzet al was verstreken is op 12 maart 2024 aan appellant naar de reden gevraagd voor het overschrijden van de verzetstermijn. Hierop heeft appellant niet gereageerd.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van E.P.J.M. Claerhoudt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2024.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) E.P.J.M. Claerhoudt