Socialezekerheidsrecht

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 30 april 2024, 21/3282 PW, 23/2668 PW. Zie…

Centrale Raad van Beroep, 2 augustus 2024

Zaakgegevens

Op 2 augustus 2024 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
2 augustus 2024
Datum publicatie
19 augustus 2024
Zaaknummer
21/3282 PW-R
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2024:1636
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 30 april 2024, 21/3282 PW, 23/2668 PW. Zie ECLI:NL:CRVB:2024:1789 voor de gerectificeerde tekst.

Uitspraak

21/3282 PW-R, 23/2668 PW-R

Datum uitspraak: 2 augustus 2024

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 30 april 2024, 21/3282 PW, 23/2668 PW

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn (college)

PROCESVERLOOP

Namens de gemachtigde van appellant heeft mr. H.A. van der Kleij, advocaat, er schriftelijk op gewezen dat de uitspraak van de Raad van 30 april 2024 een kennelijke fout bevat.

De Raad heeft het college in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk uit te laten over de rectificatie van de uitspraak.

Het college heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

OVERWEGINGEN

De Raad wijzigt de uitspraak van 20 april 2024, 21/3282 PW, 23/2668 PW, als volgt:

Onderdeel 6.1 wordt:
“6.1. Appellant krijgt een […]. Ook krijgt hij een vergoeding voor zijn reiskosten tot een bedrag van € 27,60. De totale proceskostenvergoeding bedraagt dus € 2.215,10. Hij krijgt […] op appellant.”

De beslissing wordt op dit punt gewijzigd in:

“- veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van in totaal € 2.215,10;”

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 30 april 2024, 21/3282 PW, 23/2668 PW, als in de overwegingen is weergegeven.

Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van M. Zwart als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2024.

(getekend) W.F. Claessens

(getekend) M. Zwart