Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard, omdat de gronden niet tijdig waren ingediend. In verzet wordt…
Centrale Raad van Beroep, 30 oktober 2024
ECLI:NL:CRVB:2024:2063 · Centrale Raad van Beroep · 30 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2024-2063
Zaakgegevens
Op 30 oktober 2024 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 oktober 2024
- Datum publicatie
- 4 november 2024
- Zaaknummer
- 24/31 WIA-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2024:2063
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard, omdat de gronden niet tijdig waren ingediend. In verzet wordt een bewijs van verzending meegestuurd waaruit blijkt dat de ingediende gronden wel tijdig waren ingediend. Verzet wordt gegrond verklaard.
Uitspraak
Datum uitspraak: 30 oktober 2024
24/31 WIA -V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 28 november 2013, 22/1510 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
In de uitspraak van 26 september 2024 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellant heeft mr. R.A.N.H. Theeuwen-Verkoeijen verzet gedaan.
OVERWEGINGEN
De Raad heeft het hoger beroep van appellant in de uitspraak van 26 september 2024
niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden niet zijn ontvangen.
In verzet geeft de gemachtigde van appellant aan dat de gronden wel tijdig zijn ingediend. De gemachtigde van appellant stuurt een bewijs van verzending via Zivver mee waaruit blijkt dat de gronden op 2 april 2024 tijdig bij de Raad zijn ingediend. Tevens dient de gemachtigde van appellant de gronden nogmaals in.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van
26 september 2024 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van J.M. Labage als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2024.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) J.M. Labage