Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het beroepschrift is niet tijdig ingediend.
Centrale Raad van Beroep, 5 maart 2024
ECLI:NL:CRVB:2024:412 · Centrale Raad van Beroep · 5 maart 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2024-412
Zaakgegevens
Op 5 maart 2024 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 maart 2024
- Datum publicatie
- 5 maart 2024
- Zaaknummer
- 23/2509 PW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2024:412
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het beroepschrift is niet tijdig ingediend.
Uitspraak
Datum uitspraak: 5 maart 2024
23/2509 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 10 juli 2023, 23/215
Partijen:
[appellante] (appellante),
als bewindvoerder over de goederen van [naam] te [woonplaats]
het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (college)
PROCESVERLOOP
[gemachtigde] heeft als gemachtigde van appellante hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.
OVERWEGINGEN
Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 14 juli 2023 in afschrift aan partijen toegezonden.
Het beroepschrift is via de digitale weg op 26 augustus 2023 ontvangen.
Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Bij brief van 12 september 2023 is aan appellante gevraagd om binnen vier weken mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden.
Deze brief heeft de Raad abusievelijk niet (ook) aan de gemachtigde van appellante gezonden. Om deze reden is bij brief van 23 oktober 2023, ditmaal aan de gemachtigde van appellante, nogmaals gevraagd om binnen vier weken mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden.
Aangezien appellante, noch de gemachtigde van appellante op voornoemde brieven heeft gereageerd, kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door C.E.M. Marsé, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2024.
(getekend) C.E.M. Marsé
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.