Socialezekerheidsrecht

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 2 april 2025, 23/2354 WMO15, 23/3016 WMO15, zie…

Centrale Raad van Beroep, 6 augustus 2025

Zaakgegevens

Op 6 augustus 2025 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
6 augustus 2025
Datum publicatie
6 augustus 2025
Zaaknummer
23/2354 WMO15-R
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2025:1175
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 2 april 2025, 23/2354 WMO15, 23/3016 WMO15, zie ECLI:NL:CRVB:2025:1176 voor de gerectificeerde tekst.

Uitspraak

23/2354 WMO15-R, 23/2016 WMO15-R

Datum uitspraak: 6 augustus 2025

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 2 april 2025, 23/2354 WMO15, 23/3016 WMO15

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (college)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft, na hier door de gemachtigde van appellant, mr. A. van ’t Laar, op gewezen te zijn, vastgesteld dat de uitspraak van 2 april 2025 een kennelijke fout bevat. Het betreft de berekening van de proceskostenvergoeding, te weten het niet toekennen van 0.5 punt op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor het desgevraagd indienen van een reactie op de uitlatingen van drs. M. Wolves.

De Raad heeft daarom aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak. Dit is bij brief van 14 mei 2025 aan partijen meegedeeld.

Partijen is in de brief van 14 mei 2025 meegedeeld dat zij binnen vier weken kunnen reageren op deze brief. Daarbij is vermeld dat in het geval er binnen die termijn geen reactie wordt ontvangen, de Raad er dan vanuit gaat dat er geen bezwaar bestaat tegen verbetering van de uitspraak.

Beide partijen hebben binnen de gestelde termijn geen reactie gegeven.

OVERWEGINGEN

De Raad wijzigt de uitspraak van 2 april 2025 als volgt.

In overweging 6. onder Conclusie en gevolgen wordt de tweede volzin veranderd in: “Deze kosten worden begroot op € 2.267,50 voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep (1 punt voor het indienen van een beroepschrift, 0,5 punt voor het indienen van een reactie op de uitlatingen van drs. M. Wolves en 1 punt voor het verschijnen ter zitting).”

De een na laatste volzin onder BESLISSING komt te luiden: “- veroordeelt het college in de proceskosten van appellante in hoger beroep tot een bedrag van € 2.267,50;”.

Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep rectificeert de uitspraak 23/2354 WMO15, 23/3016 WMO15 van 2 april 2025 als in de overwegingen is weergegeven.

Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum als voorzitter en K.H. Sanders en J.J. Janssen als leden, in tegenwoordigheid van N. El Khabazi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2025.

(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum

(getekend) N. El Khabazi