Socialezekerheidsrecht
Afwijzing aanvraag gehandicaptenparkeerkaart. Appellante voldoet niet aan de voorwaarden om in aanmerking te…
Centrale Raad van Beroep, 16 januari 2025
ECLI:NL:CRVB:2025:198 · Centrale Raad van Beroep · 16 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2025-198
Zaakgegevens
Op 16 januari 2025 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 januari 2025
- Datum publicatie
- 5 februari 2025
- Zaaknummer
- 24/830 BABW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2025:198
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing aanvraag gehandicaptenparkeerkaart. Appellante voldoet niet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een GPK. Appellante kan in staat worden geacht om zelfstandig (eventueel met gebruik van hulpmiddelen) een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen. Ook is zij niet aldoor afhankelijk van begeleiding voor het vervoer van deur tot deur.
Uitspraak
24/830 BABW-PV
Datum uitspraak: 16 januari 2025
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 maart 2024, 23/4953 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Zitting heeft: L.M. Tobé, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: C.C.M. van ‘t Hol
Appellante is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W. Breure.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
OVERWEGINGEN
Inleiding
1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
Appellante heeft op 20 september 2022 bij het college een aanvraag ingediend voor een gehandicaptenparkeerkaart (GPK), type bestuurder en passagier. Naar aanleiding van deze aanvraag heeft het college medisch advies gevraagd.
Bij besluit van 15 december 2022 heeft het college, in overeenstemming met het op 14 december 2022 uitgebracht medisch advies, de aanvraag van appellante voor een GPK, type bestuurder en passagier, afgewezen. Appellante heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 7 juni 2023 (bestreden besluit) heeft het college de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd, omdat uit de medische beoordeling is gebleken dat appellante niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een GPK. Appellante kan in staat worden geacht om zelfstandig (eventueel met gebruik van hulpmiddelen) een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen. Ook is zij niet aldoor afhankelijk van begeleiding voor het vervoer van deur tot deur. Tot slot is niet gebleken van ernstige beperkingen, anders dan een loopbeperking, die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen.
Uitspraak van de rechtbank
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
Het standpunt van appellante
3. Appellante kan zich niet vinden in de uitspraak van de rechtbank. Zij heeft daarbij grotendeels herhaald wat zij bij de rechtbank heeft aangevoerd.
Het oordeel van de Raad
De Raad is het eens met het oordeel en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen van de rechtbank dat het onderzoek door de medisch adviseur zorgvuldig, objectief en inzichtelijk is en dat het college dit advies aan het bestreden besluit ten grondslag mocht leggen. Van vooringenomenheid is ook de Raad niet gebleken.
Het door appellante in hoger beroep ingenomen standpunt dat de medisch adviseur de beschikbare medische informatie niet heeft betrokken, volgt de Raad niet. Dit standpunt strookt niet met de opsomming in het medisch advies van de onderzoeksactiviteiten en de aanwezige gegevens en met de verdere inhoud van het medisch advies. De medisch adviseur heeft zijn conclusie dat appellante niet voldoet aan de voorwaarden voor toekenning van een GPK niet gebaseerd op de brief van de ergotherapeut van 25 juli 2022, zodat wat appellante daarover heeft aangevoerd niet leidt tot twijfel aan de juistheid van het medisch advies. Ook de omstandigheid dat aan appellante eerder tijdelijk een GPK is toegekend, leidt niet tot dergelijke twijfel.
Het voorgaande brengt mee dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigt. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag om een GPK voor een bestuurder en passagier in stand blijft.
5. Appellante krijgt geen vergoeding voor haar proceskosten, omdat het hoger beroep niet slaagt. Zij krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter van de meervoudige kamer
(getekend) C.C.M. van ’t Hol (getekend) L.M. Tobé