Socialezekerheidsrecht

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het beroepschrift is niet tijdig ingediend.

Centrale Raad van Beroep, 19 maart 2025

Zaakgegevens

Op 19 maart 2025 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19 maart 2025
Datum publicatie
19 maart 2025
Zaaknummer
24/2051 WAO
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2025:432
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het beroepschrift is niet tijdig ingediend.

Uitspraak

Datum uitspraak: 19 maart 2025

24/2051 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 juli 2024, 23/293 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.

Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 11 juli 2024 in afschrift aan partijen toegezonden.

Het beroepschrift is op 5 september 2024 ontvangen. De laatste dag om tijdig het beroepschrift in te dienen is 22 augustus 2024. Het is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 23 augustus 2024 ter post bezorgd.

Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Appellant heeft in het beroepschrift aangegeven dat hij de uitspraak op 22 augustus 2024 heeft ontvangen.

De Raad ziet in wat appellant heeft aangevoerd geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Niet is gebleken dat de ontvangst van de uitspraak op 22 augustus 2024 de reden is geweest voor de late indiening van het beroepschrift. Het tijdsverloop tussen de verzenddatum van 11 juli 2024 en de gestelde ontvangstdatum van 22 augustus 2024 is zodanig lang en strookt niet met het aanzienlijk kortere tijdsverloop dat de post vanuit Marokko naar Nederland vervolgens kent, dat, bij gebrek aan onderbouwing, niet van de gestelde ontvangstdatum kan worden uitgegaan.

Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door C. Karman, in tegenwoordigheid van J.M. Labage als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2025.

(getekend) C. Karman

(getekend) J.M. Labage

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.