Socialezekerheidsrecht

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Niet kan worden geoordeeld dat…

Centrale Raad van Beroep, 7 mei 2025

Zaakgegevens

Op 7 mei 2025 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
7 mei 2025
Datum publicatie
7 mei 2025
Zaaknummer
24/2400 Wajong
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2025:685
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Uitspraak

Datum uitspraak: 7 mei 2025

24/2400 Wajong

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van

2 september 2024, 22/6356 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Mevrouw [gemachtigde] heeft als gemachtigde van appellant hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.

Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 2 september 2024 in afschrift aan partijen toegezonden.

Het beroepschrift is op 24 oktober 2024 via de digitale postkamer ontvangen.

Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Bij brief van 14 november 2024 is aan appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.

Appellant heeft daarop bij brief van 25 november 2024 geantwoord dat wegens vakantie van de gemachtigde de post niet op tijd onder ogen is gekomen, waardoor niet binnen de beroepstermijn is gereageerd.

Wat appellant heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. De Raad is van oordeel dat de omstandigheid dat de gemachtigde van appellant de post en daarmee de beroepstermijn niet goed in de gaten heeft gehouden, voor risico komt van appellant. Het ligt op de weg van de gemachtigde om maatregelen te treffen om te waarborgen dat tijdens een vakantieperiode tijdig kennis wordt genomen van de post. Dit heeft de gemachtigde van appellant in deze zaak onvoldoende gedaan. Daarbij constateert de Raad dat de gemachtigde appellant ook al bijstond tijdens de beroepsprocedure en dus wist dat er een uitspraak zou komen.

Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door C. Karman, in tegenwoordigheid van J.M. Labage als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2025.

(getekend) C. Karman

(getekend) J.M. Labage

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.