Socialezekerheidsrecht

De Raad verklaart het verzet ongegrond.

Centrale Raad van Beroep, 10 januari 2025

Zaakgegevens

Op 10 januari 2025 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10 januari 2025
Datum publicatie
14 januari 2025
Zaaknummer
23/2985 PW-V
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2025:86
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De Raad verklaart het verzet ongegrond.

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 januari 2025

23/2985 PW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 13 juli 2023, ARN 22/2154 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk (college)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 11 juni 2024 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.

Appellant heeft verzet gedaan.

Op 15 oktober 2024 heeft appellant verzocht om wraking van de behandelend rechter. Bij uitspraak van 6 november 2024 van de wrakingskamer is beslist dat het verzoek om wraking niet in behandeling zal worden genomen en bepaald dat een volgend verzoek om wraking ook niet in behandeling zal worden genomen.

Het verzet is op zitting behandeld op 6 januari 2025. Appellant is verschenen. Het college is niet verschenen.

Appellant heeft op de zitting onder andere aangevoerd dat de Raad onbevoegd is om zijn zaak in behandeling te nemen.

OVERWEGINGEN

Ten aanzien van het griffierecht

Aan appellant is op 28 december 2023 een nota verstuurd voor het betalen van het griffierecht. Op 28 januari 2024 is aan appellant per aangetekende post een herinnering verstuurd voor het betalen van het griffierecht.

Het griffierecht had uiterlijk 25 februari 2024 overgemaakt moeten worden. Dat is niet gebeurd.

Appellant heeft in verzet veel omvangrijke stukken naar de Raad gestuurd. In deze stukken heeft appellant geen gronden aangevoerd voor het niet betalen van het griffierecht. Appellant heeft ter zitting ook niet aangegeven waarom hij het griffierecht van € 136,- nooit heeft betaald.

Ten aanzien van de bevoegdheid van de Raad

Anders dan appellant stelt, is de Raad bevoegd in het door hem ingediende verzet. Appellant heeft niet nader onderbouwd waarom de Raad niet bevoegd zou zijn om het verzet te behandelen.

Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van L.B. Vrugt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2025.

(getekend) J.C. Boeree

(getekend) L.B. Vrugt