Socialezekerheidsrecht

Afwijzing aanvraag ANW-uitkering. Terecht geoordeeld dat de overleden echtgenoot van appellante op de datum…

Centrale Raad van Beroep, 27 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 27 augustus 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27 augustus 2026
Datum publicatie
22 september 2026
Zaaknummer
25/1931 ANW-PV
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:1246
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing aanvraag ANW-uitkering. Terecht geoordeeld dat de overleden echtgenoot van appellante op de datum van overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd was voor de ANW. Ook was hij niet verzekerd op grond van de Marokkaanse wetgeving.

Uitspraak

25/1931 ANW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 juli 2025, 25/2050 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 27 augustus 2026

Zitting heeft: M.A.H. van Dalen-van Bekkum

Griffier: A.M. van Oorschot

De zitting is gehouden op 27 augustus 2026. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1. Appellante woont in Marokko en is gehuwd geweest met [naam echtgenoot] , geboren in 1928. De echtgenoot van appellante heeft in Nederland gewoond en gewerkt en is naar Marokko teruggekeerd. Hij ontving een remigratie-uitkering en een AOW-pensioen. Op [datum] 2023 is de echtgenoot in Marokko overleden. Na zijn overlijden heeft appellante een uitkering op grond van de ANW aangevraagd.

2. Met een besluit van 7 mei 2024 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Appellante heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met een besluit van 13 februari 2025 (bestreden besluit) is het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. De Svb heeft hierbij overwogen dat de echtgenoot op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW op grond van wonen of werken. Hij had zich ook niet vrijwillig verzekerd voor de ANW. Verder was hij niet verzekerd voor het overlijdensrisico volgens de Marokkaanse wetgeving.

3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft geoordeeld dat de echtgenoot van appellante op de datum van zijn overlijden in Nederland niet verzekerd was voor de ANW op grond van wonen of werken. Ook is niet gebleken dat sprake was van een vrijwillige verzekering of verzekering op grond van verdragsbepalingen tussen Nederland en Marokko. Nu appellante niet voldoet aan de voorwaarden voor toekenning van een ANW-aanvraag, heeft de Svb de aanvraag terecht afgewezen. Dat de echtgenoot van appellante een AOW-pensioen ontving, maakt dit niet anders.

4. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Zij meent recht te hebben op een ANW-uitkering, omdat haar echtgenoot een AOW-pensioen ontving.

5. De Raad is het eens met het oordeel van de rechtbank en neemt de overwegingen die hieraan ten grondslag liggen over. Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, kan niet tot een ander oordeel leiden.

6. Het hoger beroep slaagt dus niet. Dit betekent dat het besluit van de Svb tot afwijzing van de aanvraag om een ANW-uitkering in stand blijft.

7. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) A.M. van Oorschot (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) confirme la décision attaquée.

Le greffier Le membre de la chambre du juge unique.

(signé) A.M. van Oorschot (signé) M.A.H. van Dalen-van Bekkum

Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assurés.

Algemene Ouderdomswet. Algemene Nabestaandenwet.