Socialezekerheidsrecht
Afwijzing aanvraag ANW-uitkering. Ex-echtgenoot niet verzekerd voor de ANW.
Centrale Raad van Beroep, 27 augustus 2026
ECLI:NL:CRVB:2026:1302 · Centrale Raad van Beroep · 27 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2026-1302
Zaakgegevens
Op 27 augustus 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 augustus 2026
- Datum publicatie
- 2 oktober 2026
- Zaaknummer
- 25/2266 ANW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2026:1302
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing aanvraag ANW-uitkering. Ex-echtgenoot niet verzekerd voor de ANW.
Uitspraak
25/2266 ANW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 september 2025, 24/7629 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 27 augustus 2026
Zitting heeft: M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Griffier: A.M. van Oorschot
De zitting is gehouden op 27 augustus 2026. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Appellante is van [datum 1] 2020 tot [datum 2] 2022 gehuwd geweest met [naam ex-echtgenoot] , geboren in 1932. In de echtscheidingsakte is vermeld dat de ex-echtgenoot aan appellante alimentatie moest betalen. De ex-echtgenoot heeft in Nederland gewoond en gewerkt en is naar Marokko teruggekeerd. Hij ontving een AOW-pensioen. Na zijn overlijden heeft appellante een uitkering op grond van de ANW aangevraagd.
2. Met een besluit van 11 september 2024 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Appellante heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met een besluit van 7 november 2024 (bestreden besluit) is het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. De Svb heeft hierbij overwogen dat de ex-echtgenoot op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW op grond van wonen of werken. Hij had zich ook niet vrijwillig verzekerd voor de ANW. Verder was hij niet verzekerd voor het overlijdensrisico volgens de Marokkaanse wetgeving.
3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft geoordeeld dat de exechtgenoot van appellante op de datum van zijn overlijden in Nederland niet verzekerd was voor de ANW op grond van wonen of werken. Ook is niet gebleken dat sprake was van een vrijwillige verzekering of verzekering op grond van verdragsbepalingen tussen Nederland en Marokko. Nu appellante niet voldoet aan de voorwaarden voor toekenning van een ANW-aanvraag, heeft de Svb de aanvraag terecht afgewezen. Dat appellante in een moeilijke financiële situatie zit en haar familie moet onderhouden, maakt dat niet anders.
4. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Zij heeft aangevoerd dat zij recht heeft op een ANW-uitkering, omdat zij het financieel slecht heeft.
5. De Raad is het eens met het oordeel van de rechtbank en neemt de overwegingen die hieraan ten grondslag liggen over. Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, kan niet tot een ander oordeel leiden.
6. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) A.M. van Oorschot (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) confirme la décision attaquée.
Le greffier Le membre de la chambre du juge unique.
(signé) A.M. van Oorschot (signé) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assurés.p