Socialezekerheidsrecht
Verzet gegrond. In verzet is gebleken dat appellant het griffierecht tijdig heeft betaald. Uit navraag bij…
ECLI:NL:CRVB:2026:189 · Centrale Raad van Beroep · 19 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2026-189
Zaakgegevens
Op 19 februari 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 februari 2026
- Datum publicatie
- 24 februari 2026
- Zaaknummer
- 24/1551 WAO-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2026:189
Samenvatting
Verzet gegrond. In verzet is gebleken dat appellant het griffierecht tijdig heeft betaald. Uit navraag bij het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) is gebleken dat het betaalde bedrag is teruggestort vanwege het ontbreken van een juist betalingskenmerk. Omdat appellant een tijdige betaling heeft kunnen bewijzen met een kopie van zijn bankafschriften, oordeelt de Raad dat er geen sprake is geweest van verzuim.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
24/1551 WAO-V
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 juni 2024, AMS 23/6198 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 19 februari 2026
PROCESVERLOOP
In de uitspraak van 8 oktober 2025 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Appellant heeft verzet gedaan.
OVERWEGINGEN
In verzet is gebleken dat appellant het griffierecht tijdig heeft betaald. Uit navraag bij het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) is gebleken dat het betaalde bedrag is teruggestort vanwege het ontbreken van een juist betalingskenmerk. Omdat appellant een tijdige betaling heeft kunnen bewijzen met een kopie van zijn bankafschriften, oordeelt de Raad dat er geen sprake is geweest van verzuim.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van
8 oktober 2025 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree in tegenwoordigheid van R.E. Vet als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2026.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) R.E. Vet