Socialezekerheidsrecht

De Raad verklaart zich onbevoegd. Tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, lid 7…

Centrale Raad van Beroep, 1 april 2026

Zaakgegevens

Op 1 april 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
1 april 2026
Datum publicatie
1 april 2026
Zaaknummer
26/384 ONBEK
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:363
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De Raad verklaart zich onbevoegd. Tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, lid 7, Awb kan geen hoger beroep worden ingesteld.

Uitspraak

26/384 ONBEK

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

26/384 ONBEK

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 30 januari 2026, 25/5276 (aangevallen uitspraak)

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

Datum uitspraak: 1 april 2026

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.

OVERWEGINGEN

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank beslist op het verzet van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De aangevallen uitspraak is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb.

In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld.

Er is geen aanleiding voor het oordeel dat dit appèlverbod buiten toepassing moet blijven.

De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 april 2026.

(getekend) D. Hardonk-Prins

(getekend) A. Giesen

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.