Socialezekerheidsrecht

Intrekking hoger beroep. Het bestuursorgaan is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant…

Centrale Raad van Beroep, 1 april 2026

Zaakgegevens

Op 1 april 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
1 april 2026
Datum publicatie
2 april 2026
Zaaknummer
21/2218 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:364
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Intrekking hoger beroep. Het bestuursorgaan is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant. Proceskostenveroordeling.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 10 juni 2021, 20/7478 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 1 april 2026

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. E. Akdeniz, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift en nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 februari 2022. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Akdeniz. Het Uwv heeft zich via beeldbellen laten vertegenwoordigen door mr. R.E.J.P.M. Rutten.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst en heeft J.J.D. Tilanus, psychiater, benoemd als onafhankelijke deskundige. De deskundige heeft op 8 maart 2023 gerapporteerd. Uwv heeft zijn zienswijze op dit rapport gegeven. Tilanus heeft op 2 augustus 2023 nader gerapporteerd. Vervolgens heeft het Uwv gereageerd met een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 24 november 2023. Appellant heeft gereageerd op het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.

Vervolgens heeft de Raad verzekeringsarts L. Greveling-Fockens als onafhankelijk deskundige benoemd. Zij heeft op 10 maart 2025 een rapport uitgebracht. Partijen hebben zienswijzen ingediend op dit rapport.

Het Uwv heeft op 12 augustus 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten in beroep en hoger beroep en griffierecht.

Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Onder toepassing van artikel 8:64, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een nader onderzoek ter zitting achterwege gebleven.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking

van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken nadat het Uwv heeft besloten tot intrekking van het bestreden besluit. Vastgesteld wordt dat het Uwv bij de nieuwe beslissing op bezwaar van 12 augustus 2025 appellant alsnog met ingang van 21 november 2019 een WGA-loonaanvullingsuitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% heeft toegekend. Aldus is aan appellant tegemoetgekomen.

Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde van € 934,- per punt) en € 2.802,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift, 1 punt voor het bijwonen van de zitting op 17 februari 2021, 0,5 punt voor de reactie op het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 24 november 2023 en 0,5 punt voor het indienen van een zienswijze na het verslag van de deskundige GrevelingFockens), in totaal € 4.670,- voor verleende rechtsbijstand. De kosten van bezwaar zijn reeds vergoed in het bestreden besluit.

Ook dient het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 4.670,-;

  • bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 182,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door T. Dompeling, in tegenwoordigheid van J.A. Adjei-Asamoah als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 april 2026.

(getekend) T. Dompeling

De griffier is verhinderd te ondertekenen.