Socialezekerheidsrecht

De Raad verklaart zich onbevoegd. In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is bepaald dat…

Centrale Raad van Beroep, 1 april 2026

Zaakgegevens

Op 1 april 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
1 april 2026
Datum publicatie
9 april 2026
Zaaknummer
25/2596 WSFBSF
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:408
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De Raad verklaart zich onbevoegd. In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld.

Uitspraak

25/2596 WSFBSF

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

25/2596 WSFBSF

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van
13 november 2025, 24/4471 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (minister)

Datum uitspraak: 1 april 2026

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M. Görsültürk, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.

OVERWEGINGEN

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank beslist op het verzet van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De aangevallen uitspraak is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb.

In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld.

De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het namens appellant ingestelde hoger beroep, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

De Raad ziet aanleiding te bepalen dat het in hoger beroep betaalde griffierecht door de griffier aan appellant wordt terugbetaald.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • verklaart zich onbevoegd;

  • bepaalt dat het betaalde griffierecht van € 143,- door de griffier van de Centrale Raad van Beroep aan appellant wordt terugbetaald.

Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 april 2026

(getekend) D. Hardonk-Prins

(getekend) A. Giesen

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.