Socialezekerheidsrecht

Intrekking hoger beroep. Het bestuursorgaan is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellante…

Centrale Raad van Beroep, 10 juni 2026

Zaakgegevens

Op 10 juni 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10 juni 2026
Datum publicatie
11 juni 2026
Zaaknummer
25/2286 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:757
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Intrekking hoger beroep. Het bestuursorgaan is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellante. Proceskostenvergoeding.

Uitspraak

25/2286 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 oktober 2025, 24/10657 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 10 juni 2026

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M. Ouwerkerk-Hoogendonk, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft op 15 januari 2026 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen en appellante met ingang van 5 februari 2024 alsnog een uitkering op grond van de inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA-uitkering) toegekend.

Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.

De Raad heeft partijen laten weten dat hij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een zitting behandeld en het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken nadat het Uwv heeft besloten tot intrekking van het bestreden besluit en het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 15 januari 2026 aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen

Het Uwv wordt daarom veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.868,- in beroep (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor de zitting, met een waarde per punt van € 934,-) en € 934,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift). Totaal € 2.802,-.

Ook dient het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.802,-;

  • bepaalt dat het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 194,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door J.D. Streefkerk in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2026.

(getekend) J.D. Streefkerk

(getekend) J.A. Achterberg