Socialezekerheidsrecht
Weigering ANW-uitkering toe te kennen. Terecht geoordeeld dat de overleden echtgenoot van appellante op de…
ECLI:NL:CRVB:2026:935 · Centrale Raad van Beroep · 16 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2026-935
Zaakgegevens
Op 16 juli 2026 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 juli 2026
- Datum publicatie
- 15 juli 2026
- Zaaknummer
- 25/183 ANW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2026:935
Samenvatting
Weigering ANW-uitkering toe te kennen. Terecht geoordeeld dat de overleden echtgenoot van appellante op de datum van overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd was voor de ANW. Ook was hij niet verzekerd op grond van de Marokkaanse wettelijke regelingen.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
25/183 ANW
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 november 2024, 23/7298 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 16 juli 2026
SAMENVATTING
In deze uitspraak volgt de Raad het oordeel van de rechtbank dat appellante terecht een ANW-uitkering is geweigerd. De overleden echtgenoot van appellante was op datum van overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd voor de ANW. Hij was ook niet verzekerd voor de Marokkaanse wetgeving. De gezondheidssituatie of de financiële situatie van appellante kunnen er niet toe leiden dat zij recht heeft op een ANW-uitkering.
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 4 juni 2026. Partijen zijn niet verschenen.
OVERWEGINGEN
Inleiding
1. Appellante is geboren in 1962 en woont in Marokko. De echtgenoot van appellante heeft vanaf november 2021 een pensioen op grond van de AOW ontvangen. Op [datum] 2023 is de echtgenoot overleden. Vervolgens heeft appellante op 6 juni 2023 een nabestaandenuitkering op grond van de ANW aangevraagd. De Svb heeft de aanvraag afgewezen met een besluit van 15 juni 2023. Appellante heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt, maar de Svb is met een besluit van 24 november 2023 (bestreden besluit) gebleven bij de afwijzing van de aanvraag.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Svb de aanvraag om ANW-uitkering terecht afgewezen, omdat de echtgenoot van appellante op de dag van overlijden niet verzekerd was voor de ANW. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat de echtgenoot op die dag niet in Nederland woonde of werkte, en niet vrijwillig verzekerd was voor de ANW. Volgens de rechtbank was de echtgenoot op de dag van overlijden niet verzekerd op grond van het NMV, omdat hij toen niet verzekerd was voor de Marokkaanse socialezekerheidswetgeving. Ook heeft de rechtbank overwogen dat de Svb geen onderzoek naar de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante hoefde te doen. Dat onderzoek is niet van belang voor de beoordeling of voor het recht op ANW-uitkering van appellante omdat de Svb terecht heeft vastgesteld dat de echtgenoot op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW.
Het standpunt van appellante
3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellante heeft tegen die uitspraak aangevoerd dat haar echtgenoot wel verzekerd is geweest. Appellante heeft betoogd dat zij volledig arbeidsongeschikt is en zonder de ANWuitkering geen inkomen heeft, terwijl zij twee schoolgaande kinderen onderhoudt.
Het standpunt van de Svb
4. De Svb heeft gevraagd om de aangevallen uitspraak te bevestigen.
Het oordeel van de Raad
5. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit over de afwijzing van de aanvraag om ANW-uitkering in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt.
De wettelijke regels en beleidsregels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de aanvraag voor een ANWuitkering terecht is afgewezen. Zowel in het bestreden besluit als in de aangevallen uitspraak is uiteengezet waarom de aanvraag van appellante voor een ANW-uitkering niet voor toewijzing in aanmerking komt. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dat oordeel berust. Bepalend is dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd was voor de ANW, terwijl hij toen ook niet verzekerd was op grond van de Marokkaanse wetgeving. Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, kan niet tot een ander oordeel leiden. Met name kan de gezondheidssituatie of de financiële situatie van appellante er niet toe leiden dat zij recht heeft op een ANW-uitkering.
Conclusie en gevolgen
6. Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag om een ANW-uitkering in stand blijft.
7. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos in tegenwoordigheid van C.C.M. van ’t Hol als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2026.
(getekend) E.E.V. Lenos
(getekend) C.C.M. van ’t Hol
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van de begrippen verzekerde en ingezetene.
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale)
Statue:
Confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par E.E.V. Lenos en présence de C.C.M. van ‘t Hol en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 16 Juillet 2026.
(signé) E.E.V. Lenos
(signé) C.C.M. van ’t Hol
Les parties disposent d’un délai de six semaines á compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL2500 EH ‘s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assuré
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels
Algemene nabestaandenwet
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: (…).
nabestaande: de echtgenoot van degene, die op de dag van overlijden verzekerd is op grond van deze wet; (…).
Artikel 13, eerste lid
Verzekerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet is degene, die ingezetene is; geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland of op het continentaal plat in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen.
Artikel 14, eerste lid
Recht op nabestaandenuitkering heeft de nabestaande die:
- een ongehuwd kind heeft, dat jonger is dan 18 jaar en niet tot het huishouden van een ander behoort; of
- arbeidsongeschikt is (…).
Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko
Artikel 22, eerste lid
Wanneer een werknemer op wie dit Verdrag van toepassing is, op het tijdstip van zijn overlijden verzekerd is krachtens de Marokkaanse wettelijke regelingen, en tijdvakken van verzekering volgens de Nederlandse wettelijke regelingen inzake uitkeringen aan nagelaten betrekkingen heeft vervuld, kan zijn weduwe op een pensioen krachtens laatstgenoemde wettelijke regelingen aanspraak maken.